5.4 Meiose

De meiose is een vorm van celdeling die leidt tot de productie van gameten (eicellen en zaadcellen). Gameten bevatten de helft van het aantal chromosomen in een lichaamscel en zijn dus haploïd (n). Lichaamscellen (somatische cellen) zijn diploïd of 2n.

Bij bevruchting fuseren de gameten van man en vrouw (fertillisatie) om een diploïde zygote te vormen.

Meiose verloopt in twee stappen: meiose I en meiose II. Uiteindelijk wordt één diploïde somatische cel (2n) gekopieerd en gedeeld, zodat er vier haploïde gameten ontstaan (n).

De meiose verloopt in 2 stappen. Stap 2 lijkt sterk op de mitose.

Tijdens de meiose I scheiden niet de chromatiden van elkaar, maar worden de chromosomenparen uit elkaar getrokken, waarbij de chromatiden nog aan elkaar blijven zitten. Tijdens de meiose twee worden de twee ontstane cellen – nu haploïd maar met nog gekopieerde chromosomen) gedeeld in ieder twee identieke cellen, in een proces dat net zo verloopt als de mitose.

Hieronder worden de fasen van de meiose kort besproken.

Profase I

Zoals bij de mitose, spiraliseren in deze fase de chromosomen en verdwijnt het kernmembraan. In deze fase worden de homologe paren van een chromosoom bij elkaar gehouden. Doordat de homologe chromosomen zo vast aan elkaar zitten kan crossing-over ontstaan: een deel van het ene chromosoom kan uitwisselen met een deel van het andere chromosoom.

Metafase I

Deze fase verloopt net als de metafase bij de mitose, maar nu binden de spoeldraden aan de homologe chromosomen, niet aan de chromatiden. De chromosomenparen komen nu in één lijn te liggen.

Anafase I

Tijdens de anafase worden de homologe chromosomen van elkaar gescheiden. De chromatiden blijven aan elkaar zitten. In elke pool bevinden zich nu 23 chromosomen, die nog gekopieerd zijn.

Telofase I

Net als in de mitose vormt zich in de telofase een kernmembraan om elke groep chromosomen in de polen van de cel. Elke nieuwe cel is nu haploïd. De zusterchromatiden zitten nog aan elkaar en kunnen door cross-over iets van elkaar verschillen.

Nu start de meiose II. Deze fasen verlopen hetzelfde als die van de mitose:

  • Profase II: kernmembraan verdwijnt en spoelfiguur wordt gevormd.
  • Metafase II: chromosomen worden naar het midden van de cel getrokken
  • Anafase II: zusterchromatiden worden gescheiden
  • Telofase II: kernmembraan vormt en er ontstaan 2 nieuwe cellen.

Omdat tijdens de meiose I al twee cellen ontstaan die elk meiose II ondergaan, ontstaan uiteindelijk 4 cellen. Daarvan zijn twee aan elkaar gelijk, behalve de verschillen die ontstaan door crossing-over.

 

Het verschil tussen mitose en meiose: