28.5 Verwerkingsopgaven Chemisch rekenen

De antwoorden op deze opgaven zijn te vinden in het downloadbestand.

  1. Een stuk plastic is een mengsel met 30% v/v plastic A (dichtheid 0,68 g/mL) en 70% v/v plastic B (dichtheid 0,92 g/mL). Wat is de dichtheid van het stuk plastic?
  2. In de natuur komt kwik voor als een mengsel van zes isotopen: 10% kiwk-198, 17% kwik-199, 23% kwik-200, 13% kwik-201, 30% kwik-202 en 7% kwik-204. Bereken de gemiddelde atoommassa.
  3. Een afgesloten stalen vat bevat CO2 bij een temperatuur van 70˚C bij een druk van 2,00 bar. Bereken de druk als het gas verwarmd wordt naar 110˚C. (Hint: Welke grootheid verandert niet?)
  4. Een laborant heeft een fles met 6 M HNO3. Hoeveel zuur en hoeveel water combineert zijn om 300 mL van een 0,2 M HNO3-oplossing te bereiden?
  5. $\text{Ca (s)} + 2 \; \text{HCl (aq)} \rightarrow \text{H}_2 \; \text{(g)} + \text{CaCl}_2 \; \text{(aq)}.$

a. Hoeveel gram calcium reageert met 22 g HCl?

b. Hoeveel liter H2-gas (normale omstandigheden) wordt gevormd als 51,3 g calcium geplaatst wordt in een overmaat zoutzuur?

c. Als een overmaat calcium reageert met 150 mL van een 2,5 M HCl oplossing, hoeveel mol CaCl2 verkrijgt men dan?