13.1.2 Het elektromagnetisch spectrum

Elektromagnetische golven verschillen van elkaar in frequentie (f) en in golflengte (λ). Deze zijn omgekeerd evenredig aan elkaar: bij een hogere frequentie hoort een kortere golflengte, bij een lagere frequentie een langere golflengte. Op grond van deze grootheden onderscheidt men verschillende categorieën van elektromagnetische straling (zie tabel hieronder). Zichtbaar licht maakt slechts een zeer klein deel ervan uit!

elektromagn. stralinggolflengte λfrequentie ftoepassing
radio> 1 m< 3 x 108 Hzradio, tv, radioastronomie
microgolf1 mm – 1 m3 x 108 Hz – 3 x 1011 Hzcommunicatie, magnetron, radar
infrarood0,75 μm – 1 mm3 x 1011 Hz – 4 x 1014 Hznachtkijkers, broeikaseffect, bewegingssensoren
zichtbaar licht380 nm – 750 nm4 x 1014 Hz – 8 x 1014 Hzmenselijk zicht, fotosynthese, fotografie
ultraviolet10 nm – 380 nm8 x 1014 Hz – 3 x 1016 Hzzonnebaden, “blacklight”, elektronica
röntgen1 pm – 10 nm3 x 1016 Hz – 3 x 1020 Hzradiografie
gamma< 1 pm> 3 x 1020 Hzkernreacties
Tabel 1 Soorten elektromagnetische straling (em-straling) met kenmerken en toepassingen
(1 μm = 10–6 m;     1 nm = 10–9 m;    1 pm = 10–12 m;   Hz = hertz = trillingen per seconde)