34.3.2 Bewerkingen met veeltermen

  • optellen en aftrekken: combineer gelijksoortige termen

Voorbeeld:

$$(6x^3 – 3x + 7) = (x^3 + 2x^2 – 12) = 5x^3 – 2x^2 -3x + 19.$$

Uitwerking:

  • vermenigvuldiging: gebruik distributieve eigenschap

Voorbeeld:

$$(2x^2 – 4x + 6) \cdot (2x^2 + 3x – 5) = 4x^4 – 2x^3 -10x^2 + 38x – 30$$

Uitwerking:

  • delen: voer een staartdeling uit:
    • deel de termen met hoogste graad in zowel deeltal als deler
    • trek af zodat die term vervalt
    • herhaal tot een evt. rest over is van lagere graad dan de deler

Voorbeeld:

$$\frac{3x^3 – 11x^2 + 11x – 15}{x-3} = 3x^2 – 2x + 5.$$

Uitwerking:

Bekijk onderstaande video voor een uitleg van veeltermen met een aantal voorbeelden stap voor stap uitgewerkt.

https://youtu.be/O7v4nZ7a-1Q