18.3.2 Richting van de Lorentzkracht

Wanneer een stroomdragende geleider geplaatst wordt in een magnetisch veld, ondervindt de geleider een magnetische kracht, die ook wel Lorentzkracht genoemd.

De Lorentzkracht is het sterkst als de stroom loodrecht op het magnetische veld staat. Bij kleinere hoeken wordt zij zwakker, tot zij tenslotte nul wordt als de stroom evenwijdig aan de veldlijnen loopt.

De richting van de Lorentzkracht is loodrecht, zowel op het magnetische veld als op de stroomrichting. De derde rechterhandregel geeft uitsluitsel over de precieze richting. Houd de rechterhand in een houding alsof men ergens naar wijst; vervolgens

  • wijst men in de richting waarin de stroom loopt (I);
  • zodat de andere vingers gevouwen zijn in de richting van het magnetische veld (B);
  • dan wordt de richting van de Lorentzkracht (FB) gegeven door de uitstekende duim.

Voorbeeld: Tussen de polen van een U-vormige magneet loopt een verticale, buigzame stroomdraad. De noordpool bevindt zich rechts van de draad en de zuidpool links. Er gaat stroom lopen in de draad, in opwaartse richting. Ten gevolge van de magnetische kracht gaat de draad een beetje bol staan. In welke richting?

Het magnetische veld B loopt van rechts naar links, en de stroomrichting is van onder naar boven. Als we dit toepassen in de derde rechterhandregel, dan wijst de duim naar ons toe. Derhalve zal de draad naar voren toe uitbollen.