14.4 Verwerkingsopgaven Hydrostatica

De antwoorden op deze opgaven zijn te vinden in het downloadbestand.

1. In een vat met vloeibaar beton (dichtheid: 2300 kg/m3) wordt op zekere diepte de totale druk gemeten. Deze blijkt driemaal zo hoog te zijn als de gewone luchtdruk van 100 kPa. Bepaal de diepte.

1. In een vat met vloeibaar beton (dichtheid: 2300 kg/m3) wordt op zekere diepte de totale druk gemeten. Deze blijkt driemaal zo hoog te zijn als de gewone luchtdruk van 100 kPa. Bepaal de diepte.

  1. Het diagram laat een U-vormige buis zien met drie vloeistoffen. De situatie is in evenwicht. Stel een vergelijking op voor de dichtheid ρ3 van vloeistof 3, uitgedrukt in ρ1 en ρ2.

3. Een kubusvormig blok hout met zijden van 40 cm steekt 25% boven het wateroppervlak uit en drijft.

a Bepaal de drijfkracht op het blok.

b Bepaal de zwaartekracht op het blok.

c Bepaal de dichtheid van het hout.

4. Een harde plastic bal op een diepte van 3,0 m in water ondervindt 500 N opwaartse kracht. Hoe groot is die kracht op een diepte van 5,0 m?

5. Een houten bal en een stalen bal van gelijke doorsnede worden onder water gehouden (op dezelfde diepte). Welke bal ondervindt meer opwaartse kracht?